Een bijenzwerm, wat is dat?

Uw bijenkast raakt aan het begin van het groeiseizoen overbevolkt, tenminste, als er genoeg voedsel is, het weer goed is, de volwassen bijenpopulatie groot is en de broedpopulatie snel groeit. Het volk zit met volwassen bijen, er zitten nog meer bijen aan te komen, er is weinig ruimte voor uitbreiding en de omgeving spoort aan tot ontdekking. Deze situatie spoort de helft van de werkbijen aan om het voeden en halen van stuifmeel op een laag pitje te zetten en zich voor te bereiden op vertrek.

Een gevolg van deze situatie is dat de jonge werkbijen die was kunnen produceren, beginnen met het bouwen van de bodem van grote moerdoppen langs de onderkant van de broedkast ramen, en die zo bouwen dat ze aan het raam hangen. Deze bodems heten zwermcellen en u vindt ze vaak langs de randen van de ramen. Als u deze aantreft is het een teken dat de bijen gaan zwermen. Tegelijkertijd beginnen enkele voormalige haalbijen te zoeken naar een geschikte nieuwe woning.

Omdat er binnen het volk beperkt ruimte is om uit te breiden legt de koningin minder eitjes, ze heeft minder voedsel nodig en stopt binnen drie tot vier dagen met leggen. Een koningin die geen eitjes legt, valt af en wordt magerder omdat haar legboor slinkt. Omdat ze minder weegt, kan ze vliegen, iets wat ze niet meer heeft gedaan sinds haar bruidsvlucht.

Haar veranderende gedrag wordt sterker gedurende de vijf tot zes dagen dat de nieuwe koninginnenlarven in ontwikkeling zijn. De werkbijen die de verandering hebben opgepikt, halen geen voer meer, maar blijven in de kast en eten honing. Als de eerste koninginnenlarve begint te verpoppen en haar cel door werkbijen wordt verzegeld, is dat het teken voor de huidige koningin om naar een nieuwe plek te verhuizen.

Als het mooi weer is, beginnen de speurbijen, die naar een nieuwe woning hebben gezocht, en andere werkbijen in het broednest rond te ‘rennen’, waardoor het volk wordt opgeschud. Plotseling vertrekken de bijen, inclusief de werkbijen, wat darren en de huidige koningen, met duizenden tegelijk via de vliegopening. De rest van het volk houdt thuis het vuur brandende. Ze gaan door met hun werk alsof er niets is gebeurd en halen, bewerken en slaan nectar en stuifmeel op en verzorgen hun nieuwe koningin. Intussen wordt de lucht rondom de kast gevuld met de vertrekkende zwerm. De bijen organiseren zich en vertrekken naar een plek in de buurt, zoals een boomtak of paal, ongeveer 45 m van de vorige woning.